SIMON GROOT (DIRIGENT/MUSICOLOOG)
Simon Groot studeerde compositie en muziektheorie aan het Rotterdams Conservatorium. Als koordirigent is hij privé-leerling geweest van Jan Eelkema. Hij slaagde – kort na het overlijden van zijn leermeester – ‘cum laude’ voor het staatsexamen koordirectie. Na zijn conservatoriumopleiding studeerde Simon Groot muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Zijn doctoraalscriptie over ‘De melodieën, de luit- en de citerzettingen in de Nederlandtsche Gedenck-clanck van Adriaen Valerius (Haarlem, 1626)’ kreeg een eervolle vermelding in het kader van de Jan-Pieter-Heije-prijs 2000.
Simon Groot publiceerde o.a. in het toonaangevende tijdschrift van de KVNM, in OORsprong, Toonkunstnieuws, het Tijdschrift Oude Muziek en Gaesdoncker Blätter. Als musicoloog is hij verbonden geweest aan het Meertens Instituut te Amsterdam, waar hij onder andere meewerkte aan ‘Het Repertorium van het Nederlandse lied tot 1600’. Tegenwoordig werkt hij aan de Universiteit van Amsterdam als conservator van de muziekhistorische collecties. Als dirigent is Simon Groot verbonden aan het Hemony Ensemble en het Collegium Amisfurtense.
ESTHER KRONENBURG (SOPRAAN)
Esther Kronenburg is begonnen met zingen tijdens haar studie Italiaans in Utrecht en heeft sindsdien in verschillende koren gezongen en deelgenomen aan projecten in Nederland en België o.a. bij Hendrik van den Abeelen en Dirk Snellings. Ze nam privézangles bij Naomi Hanai en Renee Kartodirdjo. Sinds 2008 studeert ze aan het conservatorium van Tilburg Oude Ensemble Zang bij Ildikó Hajnal, waar wordt gewerkt aan het repertoire van middeleeuwen en renaissance. Behalve aan zangtechniek wordt hier aandacht besteed aan kennis van de theorie, begrip van oorspronkelijke bronnen en de uitvoeringspraktijk. In het kader van deze studie krijgt Esther les van gastdocenten Christopher Kale en Stratton Bull en volgde masterclasses bij o.a. Patrizia Bovi, Xenia Meijer, Jill Feldman en Kees Boeke, Anne Azéma en Susanne Ansorg.
Esther treedt voornamelijk op als ensemblezanger met de nadruk op muziek uit de renaissance. Naast sopraan is ze ook instrumentalist (cornetto, vedel) in ensemble Capriol en de historische dansgroep Fiori di Folia van Dorotheé Wortelboer.
MARIA GOETZE (SOPRAAN)
Maria Goetze deed haar eerste zangervaring op bij het Nationaal Kinder- en Jeugdkoor onder leiding van Silvère van Lieshout en Wilma ten Wolde. Later volgde ze zanglessen bij o.a. Gerda van Zelm en Irene Verburg. Tijdens haar studie Duitse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Utrecht, waarvoor zij in 2006 haar doctoraaldiploma behaalde, begon zij haar zangstudie aan het conservatorium van Rotterdam, Codarts. In juni 2009 studeerde Maria af bij hoofdvakdocent Frans Huijts. Verder volgde zij masterclasses en lessen bij o.a. Carolyn Watkinson, Roberta Alexander en Hetty Gehring.
Maria zingt in verschillende kamerkoren en ensembles. Ze is regelmatig te horen als lid van het Laurens Collegium Rotterdam onder leiding van Wiecher Mandemaker, de Capella Isalana onder leiding van Klaas Stok en de Cantores Martini, het solistenensemble van de Domkerk in Utrecht. Vanaf december 2010 zal zij bovendien als invaller te horen zijn bij het succesvolle ensemble Wishful Singing, dat reeds verschillende prijzen won in binnen- en buitenland. Tenslotte werkt zij geregeld mee aan producties van het ASKO Kamerkoor, een ensemble dat zich geheel richt op de uitvoering van muziek van hedendaagse componisten.
Daarnaast is Maria actief als soliste. Recentelijk werkte zij o.a. mee aan uitvoeringen van Dido and Aeneas van Purcell (first Witch), het Stabat Mater van Pergolesi, het Utrecht Te Deum van Handel, de Messe à huit voix van Charpentier en het Requiem van Jean Gilles. In het voorjaar van 2010 gaf Maria een recital met werken van verschillende Nederlandse componisten uit de romantiek. Ook zingt ze regelmatig moderne muziek; zo voerde zij delen uit van Pierrot Lunaire van Schönberg en werk van John Adams. Naast haar bezigheden als uitvoerend musicus, is Maria werkzaam bij de Stichting Vocaal Talent Nederland als lesplaatsdocente van het Nationaal Kinderkoor.
HARM HUSON (ALTUS)
Na zijn studie klassiek zang aan het Koninklijk Conservatorium bij Gerda van Zelm, specialiseerde Harm Huson zich verder op het gebied van de oude muziek, en ook op dat van modern muziektheater. Hij zong als ensemble zanger mee in concerten en cd-opnamen van l’Arpeggiata, De Nederlandse Bachvereniging, Capella Figuralis, en de Nationale Reis Opera. Diverse cursussen op het gebied van oude notatie volgde hij bij Capella Pratensis, en masterclasses bij Jill Feldman en Marius van Altena. Als solist trad hij op in J.S. Bachs Messe in h-moll, Johannes Passion en Magnificat en was te beluisteren in Stabat Mater van Pergolesi, bij o.a. Musica Poetica Lübeck en Holland Symfonia. Verder was hij te zien als solozanger in voorstellingen van Theatergroep Hollandia, Theatergroep Maccus, het Pow Ensemble, VocaalLAB Nederland, Leine en Roebana, T.r.a.s.h., het Nederlands Dans Theater en in de solo-voorstelling Neve van Samir Calixto. Deze zomer treed hij op als solist met het Ricciotti Ensemble, in Guus Janssens opera BLUE. Bij het Hemony Ensemble zong Harm reeds voor een aantal concertprogramma’s de altus-partij, en werkte mee aan een cd, gewijd aan muziek voor St.Nicolaas.
NIEK VAN DEN DOOL (TENOR)
Niek van Den Dool begon zijn zangcarrière al op jonge leeftijd bij het koor van de Grote of Barbarakerk te Culemborg onder leiding van Bert Lassing. Hij studeerde Muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht en behaalde daarnaast twee diploma’s voor Middle Management.
Hij zong en zingt bij een groot aantal gerenommeerde koren en ensembles en werkt(e) veel samen met vooraanstaande dirigenten (Kurt Equiluz, Wiecher Mandemaker, Klaas Stok, Erik van Nevel, Jan Willem de Vriend, Roy Goodman, Jos van Veldhoven, Jos van Immerseel, Sigiswald Kuijken). Op dit moment zingt hij, naast diverse losse projecten, in de vaste bezetting van Studium Chorale o.l.v. Hans Leenders, de Europäische Vokal Solisten o.l.v. Steffen Schreyer en zeer regelmatig in het Ensemble Currende o.l.v. Erik van Nevel. Daarnaast werkte hij als zanger mee aan diverse jaargangen van de Kurt Thomas Dirigentencursus. Tevens is hij vaste gastzanger bij het Roder Jongenskoor.
Als solist was hij onder meer te horen in het Weihnachtsoratorium, Passionen van Bach, Pärt, Schütz en Schollaert. In Händels Dettingen Te Deum en Funeral Anthem for Queen Caroline, Messe des Morts van Charpentier en Gilles, Oratoire de Noël van Saint-Saens, Te Deum van Mendelssohn en in diverse Graupner en Bach-cantates. Daarnaast zong hij in de Nederlandse premiere van Der Tod Jesu van Christian Ernst Graf in Middelburg.
Voor de komende periode staan een aantal solistische optredens op het programma met onder andere de Matthäus Passion van Stulp en Schütz. Sinds 1 januari 2008 is hij mede-organisator van een maandelijkse Bachcantateserie in de Oud-katholieke Kathedraal van Ste Gertrudis in Utrecht.
WOUTER VERHAGE (BAS)
Wouter Verhage (1984) studeerde Docent Muziek aan het Koninklijk Conservatorium, Den Haag met als hoofdinstrument cello. Sinds 2007 studeert hij aan hetzelfde instituut koordirectie bij Jos van Veldhoven en Jos Vermunt, en zang bij Kees-Jan de Koning en Michael Chance, en richt zich daarbij met name op het oude muziekrepertoire.
Wouter volgde masterclasses bij Peter Kooij, Marius van Altena en Jill Feldman. Hij zingt veel in ensemblevorm (zowel solistisch als in koorbezetting), maar treedt steeds meer als solist op. Zo zong hij in de afgelopen jaren solo in diverse werken van Bach, cantates van Buxtehude, het Requiem van Fauré, de Mariavespers van Monteverdi, Musikalische Exequien van Schütz, The Fairy Queen van Purcell en In Navitatem Domini en Messe de Minuit van Charpentier en Christuspartijen van Bach en Schütz, en andere componisten.
Momenteel is Wouter docent en dirigent aan de Kathedrale Koorschool te Utrecht. Daarnaast is hij dirigent van de Voorburgse Oratoriumvereniging, kamerkoor Corps d’esprit, kamerkoor Vieux Bleu en Choir 20/21, een koor dat hij samen met dirigent MaNOj Kamps heeft opgericht. Dit koor is gespecialiseerd in klassieke koormuziek die is geschreven in de 20e en 21e eeuw.
CONSTANCE ALLANIC (HARP / VIOLA DA GAMBA)
Constance Allanic (1977) raakte gefascineerd door ‘oude muziek’ vanwege de grote vrijheid om te improviseren, en het avontuur om ‘vergeten’ muziek weer tot klinken te brengen. Na een keurige opvoeding met pianoles en een studie klassieke harp bij Erika Waardenburg studeerde zij barokharp bij luitist Mike Fentross, en viola da gamba bij Anneke Pols, waarbij zij onderzoek deed naar de viola bastarda, een Italiaanse soort viola da gamba ten tijde van de schimmige overgang van renaissance naar barok (ca.1600). In 2003 was Constance Allanic met haar barokharp één van de vijf finalisten van het ‘Vriendenkrans’ concours in het Koninklijk Concertgebouw.
Constance Allanic is docente historische harp aan het conservatorium van Amsterdam, en docente viola da gamba en harp aan het Utrechts Centrum voor de Kunsten. Zij is regelmatig te horen in binnen- en buitenland als soliste en continuospeelster, onder andere met La Sfera Armoniosa, de Rheinische Kantorei en de Deutsche Oper am Rhein, en met haar eigen ensemble Schifanoia. Sinds 1998 treedt zij op met de historische dansgroep Fiori di Folia, aanvankelijk als muzikant, tegenwoordig als danseres. Daarnaast speelt zij ook traditionele Hongaarse, klezmer- en zigeunermuziek op de cimbalom.
MAX VAN EGMOND (ZANGER / DECLAMATOR)
De Nederlandse bariton Max van Egmond is geboren in 1936 te Semarang op het eiland Java. Hij kreeg zijn middelbare school- en muziekopleiding in Nederland. Zijn zangdocente was Tine van Willigen in Bussum. Na enkele jaren studie sociologie, gecombineerd met de functie van radio-nieuwslezer, begon Van Egmond in 1959 zijn zangloopbaan. Hij won enkele internationale prijzen in Den Bosch, München en Brussel en werd spoedig door Telefunken gevraagd mee te werken aan de opname van alle vocale werken van Bach. In de loop van zijn carrière heeft de discografie van Van Egmond zich uitgebreid met werken van o.m. Monteverdi, Handel, Lully, Rameau, Schubert, Beethoven, Bellini, Ravel, Schumann, Reger, Andriessen en vele anderen. Uiteindelijk hebben de concertreizen van Max van Egmond hem bijna een halve eeuw gevoerd naar vele landen, waarbij de nadruk lag op Lied en oratorium. Het opera-repertoire beperkte zich tot enkele kleinschalige uitvoeringen met werken van Monteverdi, Purcell, Mozart, Andriessen en Hopkins.
Max van Egmond is als docent verbonden geweest aan het Conservatorium van Amsterdam (‘Sweelinck Conservatorium’). Daarnaast gaf en geeft hij in diverse landen master classes. Dr. Juul Muller heeft over Van Egmond een biografie geschreven, genaamd “Toonaangevend Kunstenaar” (Thieme, Zutphen). Hiervan zal binnenkort ook een internet-versie verschijnen, die tevens een volledige discografie zal bevatten. Na zijn afscheid als solist is Van Egmond zich gaan bezig houden met declamatie-partijen en voice-overs. Daarnaast verzorgt hij artikelen en lezingen.
IMRE BÉSANGER (REGISSEUR / THEATERMAKER)
Imre Bésanger studeerde geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Daarnaast is hij al lang actief in het theater. In eerste instantie vooral als speler en tegenwoordig ook als maker. In 2006 besloot hij het onderwerp van zijn interdisciplinaire MA-scriptie geschiedenis op de planken te brengen; het Ballet de la Paix. Dit hofballet, dat in 1668 door de prins van Oranje werd gedanst, werd in 2007 met groot succes opgevoerd op diverse historische locaties. Hiertoe werd door Bésanger Stichting Kwast opgericht, met als voornaamste streven om Nederlands theater uit de Gouden eeuw weer een volwaardige plek te geven op de Nederlandse podia. In 2009 volgde P.C. Hoofts beroemde renaissancedrama Geeraerdt van Velsen.
Naast zijn bezigheden voor Stichting Kwast is Imre Bésanger als theatermedewerker verbonden aan het Muiderslot, waar hij in 2009 o.a. verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het theaterfestival Hooft op Hol. In 2008 heeft Bésanger als kenner van de uitvoeringspraktijk van zeventiende-eeuws theater plaatsgenomen in de adviesraad van het Amsterdams Centrum voor de studie van de Gouden Eeuw. Voor Kerstmotten voor “Ons’ Lieve Heer op Solder” is Bésanger als regisseur bij het Hemony Ensemble betrokken.
TINEKE STEENBRINK (KLAVECIMBEL / ORGEL)
Tineke studeerde orgel bij Bernhard Winsemius en Willem Tanke in Utrecht en klavecimbel bij prof. Ketil Haugsand aan de Hochschule für Musik Köln (met ondersteuning van het Fonds voor de Podiumkunsten en de VSB-beurs). Met het behalen van het ‘Konzertexamen’ werd deze studie met de hoogste onderscheiding in 2004 afgerond. Zij verleende haar medewerking aan o.a. Cappella Amsterdam, Concerto Köln en Akademie für alte Musik Berlin. Sinds 2006 is zij als hoofdvakdocent klavecimbel en zangcoach verbonden aan het Artez conservatorium Zwolle. In de St Martinuskerk te Cuijk, waar zij het beroemde Severijn-orgel uit 1650 bespeelt, is zij aangesteld als organiste titulaire. Samen met haar tweelingzus Judith (viool) vormt zij Severijn. Tineke is medeoprichter van Holland Baroque Society en bezit een Schwinn Manta Ray.
|