Hemony Ensemble

Programma's

"De Kruisbergh"

Met composities van Jan Pzn. Sweelinck, Cornelis Padbrué en Jacob Obrecht.

Programma

Inleidend orgelspel:
(vanaf ongeveer een kwartier voor aanvang is er inleidend orgelspel, met contemporain repertoire)

Jan Pieterszoon Sweelinck (Deventer 1562 - Amsterdam 1621):

  • O sacrum convivium (SATTB met basso continuo)
  • Vide homo (SATTB met basso continuo)

Joost van den Vondel (Keulen 1587 - Amsterdam 1679):

  • 'Kruisklacht der zalighe Kristmoeder end maeght Maria' (voordracht)

Jan Pieterszoon Sweelinck (Deventer 1562 - Amsterdam 1621):

  • Qui vult venire post me (SATTB met basso continuo)
  • O quam beata lancea (SATTB met basso continuo)

Joost van den Vondel (Keulen 1587 - Amsterdam 1679):

  • 'De Kruisbergh' (voordracht)

Cornelis Tymanszoon Padbrué (Haarlem ±1592 - Haarlem 1670):

  • Vondel's Kruisbergh (SSATB met basso continuo)
  • O vos omnes (SATB met basso continuo)
  • O triste spectaculum (SATB met basso continuo)

PAUZE

Jacob Obrecht (Bergen op Zoom ±1450 - Ferrara 1505):

  • Matthéüs - passie, prima pars (SSATTB)

Justus de Harduwijn (1582 - 1640):

  • Klachte van Maria beneven het kruis (voordracht)

Jacob Obrecht (Bergen op Zoom ±1450 - Ferrara 1505):

  • Matthéüs - passie, secunda pars (SSATTB)

Jacobus Revius (1586 - 1658):

  • Hy droech onse smerten (voordracht)

Jacob Obrecht (Bergen op Zoom ±1450 - Ferrara 1505):

  • Matthéüs - passie, tertia pars (SSATTB)

EINDE

De Kruisbergh

In dit passieprogramma komt het Hemony Ensemble met Nederlandse muziek, teksten en afbeeldingen uit de zestiende en vroege zeventiende eeuw. Een belangrijke plaats wordt ingenomen door Vondels tekst 'De Kruisbergh', een bespiegeling op het lijden van Christus, geschreven in of vlak voor 1638. De tekst werd al in 1640 op muziek gezet door de Haarlemse componist Cornelis Padbrué. Vandaag de dag is zijn muziek misschien niet meer zo bekend, maar in zijn tijd hoorde Padbrué tot de bekende componisten. De vriendschap tussen Vondel en Padbrué verklaart de korte tijdspanne tussen het verschijnen van het gedicht en het verschijnen van de compositie. 
Op onnavolgbare wijze wist Vondel zijn visie op het lijden en sterven van Christus in krachtige woorden te vangen, en op even krachtige wijze heeft Padbrué deze tekst van muziek voorzien. Het stuk is gecomponeerd voor zangstemmen met 'basso continuo', een voor de vroege zeventiende eeuw moderne manier van componeren. Deze 'basso continuo' is bedoeld voor een laag melodisch instrument dat de genoteerde baslijn speelt (vaak, maar niet altijd gelijk aan de baslijn van de zangstemmen) en een klavierinstrument dat aan de hand van cijfers bij die baslijn akkoorden maakt. De oorspronkelijke uitgave van dit werk in afzonderlijke stemboekjes duidt erop dat het werk bedoeld was voor gebruik in de huiskamers van welgestelde burgers. Een solistische bezetting van de zangstemmen is daarbij de meest voor de handliggende uitvoeringspraktijk. Naast de Nederlandstalige delen van de 'Kruigbergh' staan in de uitgave van 1640 ook twee Latijnse passiemotetten van Padbrué, namelijk 'O vos omnes' en 'O triste spectaculum'. Deze twee motetten worden op dit programma eveneens uitgevoerd.

Vondels 'Kruisbergh' werd in het Latijn vertaald door Cornelis Plemp, katholiek inwoner van Amsterdam en vriend van Vondel en Padbrué. Dezelfde man was ook bevriend geweest met Jan Pzn. Sweelinck en financierde in 1619 de uitgave van diens Cantiones Sacrae. Deze bundel met Latijnse motetten was vermoedelijk op zijn verzoek ontstaan en bedoeld voor de katholieke gemeenschap van Amsterdam (zie ook ons programma Kerstmotetten voor "Ons' Lieve Heer op Solder").
De bundel 'Cantiones sacrae' is de enige bundel van Sweelinck waarin ook een 'basso continuo' voorkomt. Uit deze bundel worden vier motetten die betrekking hebben op de passietijd uitgevoerd.

Na de pauze komt de Matthéüs-passie van Jacob Obrecht over het voetlicht. Deze passie is rond 1500 geschreven, maar nog in het begin van de zeventiende eeuw uitgevoerd (een van de bewaard gebleven afschriften van deze passie dateert namelijk uit de vroege zeventiende eeuw). De passie is zowel in een vierstemmige als in een zesstemmige versie bewaard gebleven. Op dit programma wordt de zesstemmige versie uitgevoerd. Het is een zogenaamde motet-passie, waarbij alle woorden meerstemmig zijn gezet zoals in een motet. Het werk bestaat uit drie delen, en hoewel volgens de openingszin de tekst afkomstig is uit het evangelie van Matthéüs, komen er ook passages in voor uit de andere drie evangeliën. Bovendien wordt niet het hele verhaal vertelt, maar eigenlijk alleen de essentie. Het laatste deel bevat alle kruiswoorden van Christus en daarmee neemt dit deel weer een aparte plaats in binnen deze compositie. Opvallend is overigens dat de oorspronkelijke gregoriaanse formules, zoals die in de eenstemmige passies van voordien voorkomen, voortdurend zijn terug te vinden in tenminste één van de stemmen. Tussen de delen in worden twee anonieme zestiende-eeuwse teksten voorgedragen. Tijdens de uitvoering van dit programma worden tekeningen van Rembrandt over de kruisiging op schermen geprojecteerd.